banier
lijntje lijntje
back
Schaapje Acronicta leporina

Het schaapje is niet moeilijk te determineren, ofschoon de grondkleur variabel is. Meestal is hij spierwit, maar grijze exemplaren komen ook voor, vooral in het midden van Groot-BrittanniŽ. Deze vorm staat bekend als Acronicta leporina grisea. Je kunt het schaapje eigenlijk alleen verwarren met de gelijkende dubbelsoort psi-uil en drietand. Het schaapje heeft een veel fijnere tekening en ontbeert de grote zwarte lijnen die je op de drietand en de psi-uil vindt. Met een spanwijdte van 35 tot 45 mm is het schaapje ongeveer even groot als de andere twee soorten. Overigens zijn de vrouwtjes groter dan de mannetjes.

De rups is erg variabel wat betreft kleur, maar zeer gemakkelijk te herkennen aan de zeer lange, dunne en golvende haren, waarmee het hele lichaam is bedekt. Jonge rupsen zijn meestal groen met witte of gele haren. Kort voor het verpoppen worden de rupsen bruin en worden ook de haren veel donkerder. Vlak voor het verpoppen zijn de haren zelfs zwart. De rupsen zijn dan meestal zo'n 35 tot 37 mm lang. De volgroeide rups maakt een holletje in dood hout. De ingang wordt met kleine stukjes hout afgesloten. Daarna verpopt de rups. De pop overwintert in het holletje, soms zelfs twee keer. De rupsen vinden we op veel soorten loofbomen, waaronder beuk en eik, maar hij eet het liefst berk en els.

Komt in allerlei bebost gebied voor, ook in parken in steden. In de gehele Benelux een gewone soort. Verder in geheel Europa een gewone soort, zij het iets schaarser naar het noorden toe. Komt echter in Finland nog boven de poolcirkel voor. Vliegt bij ons in twee overlappende generaties van mei tot eind augustus.