banier
lijntje lijntje
back
Agrothereutes abbreviatus

Agrothereutes abbreviatus heeft een zwarte kop en borststuk. Het achterlijf is zwart met een rode band. Het kontje is wit. Opvallend zijn ook de driekleurige antennes: rood, dan wit en met zwarte uiteinden. De mannetjes hebben normale vleugels, maar de vrouwtjes hebben uitzonderlijk korte vleugels die nauwelijks tot aan het achterlijf reiken. De vrouwtjes kunnen dan ook niet vliegen. De lengte van de dieren varieert enorm en is afhankelijk van de gebruikte prooi. Mannetjes zijn 4 tot 8 mm lang, vrouwtjes 2 tot 7 mm.

De vrouwtjes rennen over de grond, of tussen afgevallen bladeren op zoek naar gastheren om de eitjes op te leggen. De gastheer wordt eerst aangeprikt en sterft daarna spoedig. De eitjes worden niet in de gastheer gelegd, maar erop. Meestal zoekt het vrouwtje een pop om het eitje op te leggen, maar ook worden wel rupsen en andere larven gebruikt. Daarbij is het vrouwtje niet erg kieskeurig. Vele rupsen en poppen van vlinders worden gebruikt, vooral zakdragers, kokermotten, bloeddrupjes en bladrollers. Maar daarnaast ook de poppen en larven van diverse bladwespen, waaronder de rozenbladwesp. De volwassen dieren zien we van mei tot in oktober.

Agrothereutes abbreviatus is een soort met een enorm verspreidingsgebied: nagenoeg geheel Europa en AziŽ. Toch wordt hij nergens in echt grote aantallen gezien en is hij zeldzaam in Nederland en BelgiŽ.