banier
lijntje lijntje
back
Grote worteluil Agrotis ipsilon

De grote worteluil bereikt een spanwijdte van 40 tot 50 mm en is daarmee groter dan de andere worteluilen. Je kunt de soort herkennen aan de grote "i" in de vleugel. Maar ook de houding in rust is veelzeggend: de vleugels worden erg ver over elkaar geschoven. Meestal is maar één vleugel zichtbaar. Hierdoor maakt de grote worteluil een slanke en lange indruk en lijkt niet erg veel op een gewoon uiltje. Aan de bovenkant van de vleugel vinden we een licht gebied met enkele langgerekte donkere driehoeken. Aan de basis is de vleugel veel minder duidelijk getekend.

De grote worteluil is een bekende trekvlinder die over de gehele wereld voorkomt. Hij wordt zowel op IJsland als in Nieuw Zeeland aangetroffen. In de koelere gebieden, zoals West-Europa (inculief de Benelux) plant hij zich echter niet voort. In ieder geval in Nederland is nog nooit een rups van deze soort aangetroffen. Waar hij zich wel voortplant is het een echt plaaginsect. De larven kunnen zeer schadelijk zijn in de landbouw. Vanaf de vierde instar vreten de larven op grond niveau aan de waardplanten. Vaak raakt de plant geheel los van de wortels en sterft af. En de rupsen zijn niet kieskeurig! Je vindt ze ondermeer in alfalfa, klaver, katoen, rijst, aardbei, suikerbiet, granen en grassen. De rupsen zijn moeilijk te bestrijden, omdat ze zowel in het wild als in akkerbouw vorkomen. Bovendien kunnen trekkende exemplaren akkers steeds opnieuw besmetten.

De wijfjes zetten hun witte eitjes af in groepjes op de bladeren van de waardplant. De eitjes komen binnen één week uit! De eerste drie instars brengen de rupsjes door boven de grond op het blad. In deze fase wordt weinig schade aangericht. Vanaf de vierde instar zitten de rupsen overdag in de grond. In de nacht komen ze boven de grond om op grondniveau te eten. Dat is de fase dat veel schade wordt aangericht. Volgroeide larven zijn zo'n 50 mm lang. Ze zijn zwart, bruin of grijs en hebben een bruine kop vol met zwarte vlekjes. Om te verpoppen kruipen ze in de grond. Dat verpoppen neemt twee tot drie weken in beslag, afhankelijk van de temperatuur. Afhankelijk van de omstandigheden kent de grote worteluil één tot drie generaties per jaar.

De grote worteluil plant zich voort in vooral de subtropische en enkele tropische delen van de wereld. Maar hij trekt over de gehele wereld: van Nieuw-Zeeland tot Hawaii, van Zuid- tot Noord-Amerika en van Afrika tot Europa. Komt bij ons in grote aantallen voor en wordt vooral gezien van augustus tot oktober. Voortplanting is in de Benelux en ook Groot-Brittannië nooit aangetoond. Deze soort wordt sterk aangetrokken door bloemen, smeer en licht. Hij wordt dan ook zeer vaak waargenomen en is vooral in Zeeland een heel algemene soort.