banier
lijntje lijntje
back
Kromzitter Asteroscopus sphinx

De kromzitter is een nogal saai uiltje, dat echter gemakkelijk te herkennen is aan de volgende eigenschappen: het borststuk is zeer harig, de vleugel vertoont een lengtestreeppatroon en het diertje vliegt erg laat in het jaar, vaak ook bij slecht weer. Er zit niet veel variatie in de tekening, al is het ene dier wat donkerder dan het andere. Er is dan ook geen soort te bedenken waarmee je hem zou kunnen verwarren. Het mannetje heeft geveerde antennes, het vrouwtje draadantennes. De volwassen vlinders eten niet. De spanwijdte beloopt 39 tot 48 mm.

De eitjes worden in oktober gelegd in spleten in boomschors en komen in mei uit. De kleine rupsjes zijn enorme kannibalen, zodat er vaak maar weinig overblijven. Tegen eind juni gaan de rupsen naar de grond, waar ze zich heel diep ingraven en verpoppen. Zo onopvallend als de volwassen vlinder is, zo opvallend is de rups. Er loopt een opvallende dikke gele lijn over de spiracula. Boven die lijn is de rups witgroen, daaronder tamelijk donkergroen. Over de rug lopen een paar witte lengtestrepen. Het elfde segment is voorzien van een bult, de segmenten daarachter lijken als een staartje naar beneden te lopen. De rups zit vaak in een zeer bijzondere houding: het voorstegedeelte van het lichaam wordt achterover geklapt, tot bijna op de rug. Daar komen de namen kromzitter en sphinx dan ook vandaan. Gelet op de spanwijdte van de vlinder, is de rups van de kromzitter erg groot, want de lengte is meestal zo'n 43 tot 48 mm. De rupsen kunnen we vinden in een groot aantal bomen en struiken, zoals eik, beuk, berk, wilg en meidoorn.

De kromzitter vliegt vooral in oktober. Hij komt veel op licht af en kan dan de volgende dag worden aangetroffen op muren en schuttingen, soms heel massaal. Aldaar gemakkelijk te fotograferen, want hij laat zich nauwelijks verjagen. In Nederland een lokale soort, die vooral in en rond de Veluwe voorkomt. Daarnaast in kleinere aantallen in een aantal andere zandgrondgebieden, zoals Gaasterland. In grote delen van Nederland zeer zeldzaam of ontbrekend. Elders in Europa gewoner dan bij ons, maar geen soort van Noord-Europa.

NB Deze soort heeft in veel boeken en op het net nog vaak zijn oude wetenschappelijke naam: Brachionycha sphinx.