banier
lijntje lijntje
back
Pinksterbloemlangsprietmot Cauchas rufimitrella

De pinksterbloemlangsprietmot is een klein beestje met een spanwijdte van slechts 10 tot 12 mm. Hij glinstert in de zon roodkoperkleurig. De antennes zijn lang -hij is immers een langsprietmot- ongeveer twee keer de lengte van de voorvleugel bij manntjes, iets korter bij de vrouwtjes. Zoals verschillende familieleden is ook de pinksterbloemlangsprietmot een dagactieve soort. De vlindertjes zitten meestal op de waardplant van de rupsjes: pinksterbloemen, of soms look-zonder-look. Andere bloemen worden maar zelden bezocht.

De larven voeden zich met de zaadjes van de waardplant. Zodra deze afsterft verpoppen ze en overwinteren in dat stadium. Met het bloeien van de pinksterbloemen in mei verschijnen dan de nieuwe volwassen vlindertjes. Afhankelijk van het voorjaar kunnen ze al in de laatste week van april tevoorschijn komen, of in een koud voorjaar doorvliegen tot half juni. In Nederland een vrij algemene soort, in BelgiŽ een schaarse soort.

Cauchas rufimitrella heette vroeger Adela rufimitrella, een naam die je nog wel eens tegen komt.