banier
lijntje lijntje
back
Skeletteermot Choreutis pariana

De skeletteermot is een klein vlindertje dat een spanwijdte bereikt tussen 11 en 15 mm. De soort is nogal variabel. Sommige exemplaren zijn met roodbruin, zilver en grijs opvallend gekleurd en sterk getekend. Andere dieren zijn grijzig en veel minder getekend. Maar al met al een unieke, gemakkelijk te herkennen soort. Afhankelijk van het klimaat zijn er twee tot vier generaties per jaar. Bij ons wordt de soort gezien van april tot oktober, maar met twee zeer duidelijke pieken: juli en september. De volwassen vlinder overwintert en legt in april of mei eitjes bij net ontluikende blaadjes van de waardplant, vaak appel.

Na het uitkomen gaan de rupsjes naar de onderkant van een blad en leven daar onder een klein webje. Later verhuizen ze naar de bovenkant van het blad. Daar spinnen ze de zijkanten van het blad samen en leven zo in een beschermend huisje, iets dat we ook kennen van de bladrollers. De rupsen eten alleen de zachte delen van het blad en laten de aders onaangetast. Wat overblijft is het "skelet" van het blad. De aangetaste bladeren vallen meestal vroegtijdig van de waardplant af. In kleine aantallen richten de motten weinig schade aan, maar als ze in zeer grote aantallen voorkomen kunnen ze de boom zodanig ontbladeren dat het ten koste gaat van de appeloogst. In Europa is de soort echter tamelijk ongewoon en wordt weinig schade aangericht. De skeletteermot echter werd in 1917 ingevoerd in Amerika en Canada. Daar werd ze tot ongeveer 20 jaar geleden vooral zeer schadelijk in appelboomgaarden in British Columbia. Tegenwoordig echter is ook in Noord-Amerika de skeletteermot een ongewone soort die nog maar weinig schadelijk is. Overigens vinden we de rupsen van de skeletteermot niet alleen op appel, maar ook op andere leden uit de rozenfamilie, zoals peer, pruim en meidoorn.