banier
lijntje lijntje
back
Kleine Zeefwesp Crabro peltarius

De leden van het geslacht Crabro noemen we in het Nederlands zeefwespen. Ze zijn zwart met geel en lijken in die zin veel op andere graafwespen. Toch is er een groot verschil: kijk eens naar de verdikte voorpoten. Waar deze verdikkingen goed voor zijn weet men nog niet. Vermoedelijk spelen ze een rol in het liefdesleven. Alle zeefwespen hebben een dergelijke verdikking, althans de mannetjes. Bij ons komen drie soorten voor, waarvan de mannetjes zich op het oog vaak wel laten benoemen. De grote zeefwesp is groter dan de andere soorten (meestal 10 tot 16mm lang). Hij heeft gele vlekken op het borststuk. De kleine zeefwesp is meestal duidelijk kleiner (rond de 11mm lang), hij heeft meestal nog meer geel op het borststuk. De bleke zeefwesp is ongeveer even groot als de kleine, maar zijn borststuk is meestal geheel zwart, zonder gele vlekken dus. En hij lijkt ook wat minder contrastrijk getekend. Alle zeefwespen houden van zandbodems. De kleine zeefwesp kan zich ook schikken in droge leem of klei en is in bijna heel Nederland te vinden. De soort nestelt ook tussen stoeptegels en in tuinpaden.

De kleine zeefwesp maakt haar nest graag in (flauwe) hellingen. De gang is zo'n 30 centimeter lang en mondt meestal uit in 7 cellen. In elke cel worden tot 9 prooien gestopt. Dit zijn vaak viltvliegen, dambordvliegen, huisvliegen en steltvliegen. Twee vliegen uit het geslacht Metopia, alsmede de mierwesp treden vaak op als parasiet.

De kleine zeefwesp vliegt van mei tot begin oktober. Is in geheel Nederland ייn van de gewoonste graafwespen, die soms in zeer grote aantallen voorkomt.