banier
lijntje lijntje
back
Donkergroene korstmosuil Cryphia algae

De donkergroene korstmosuil lijkt wel iets op het eikenuiltje, maar met een spanwijdte van 24 tot 30 mm is hij veel kleiner. Hij is erg donker van kleur en gemakkelijk te herkennen aan de lichtgroene band bij de aanhechting van de vleugel. Deze band wordt naarmate het dier ouder wordt, alleen maar lichter tot zelfs wit aan toe. Ook verder een nogal variabele soort.

Vooral in augustus zet het vrouwtje haar eitjes af in of bij diverse korstmossen. De jongen komen al snel tevoorschijn en voeden zich met korstmos. De halfwas rupsjes overwinteren in boombast of korstmos. Vanaf mei verpoppen de rupsjes meestal onder boombast of in dood hout, maar ook wel in de grond. De vlinders vliegen dan van half juni tot half september. Ze komen graag op licht af.

In Nederland staat de donkergroene korstmosuil te boek als zeldzaam. Ten noorden van de grote rivieren is hij zelfs zeer zeldzaam, al wordt hij een enkele keer in de Hollandse duinen waargenomen. Onder de grote rivieren een sterk lokale, maar zeldzame soort. In BelgiŽ een niet-algemene tot zeldzame soort die in het hele land voorkomt. Kwam in Groot-BrittanniŽ sporadisch voor in de 19de eeuw, werd in de 20ste eeuw niet gezien, maar sinds 2000 elk jaar aangetroffen als dwaalgast in het zuiden van Engeland.