banier
lijntje lijntje
back
Boslichtmot Cryptoblabes bistriga

De boslichtmot is een zeer variabele soort. Twee witte lijnen verdelen de vleugel in drie afzonderlijke delen. Meestal is het midden gedeelte van de vleugel donkerder dan de buitenste twee delen, vaak met fraaie rode tinten. Maar er komen ook dieren voor met maar weinig kleurverschil tussen de drie delen van de vleugel. Deze dieren zijn vaak grijzig of bruinig. Soms komen nagenoeg ongetekende exemplaren voor waarbij zelfs de karakteristieke strepen zijn verdwenen. Ook het dier op onze foto is nogal saai, al zijn de twee strepen intact. De spanwijdte is zo'n 17 tot 21 mm. De volwassen motten vliegen uitsluitend 's nachts, maar komen in beperkte mate wel op licht af.

De rups is altijd bruinig met op de eerste segmenten van het lichaam een donkere tekening. Ze leven meestal tussen twee of meer samengesponnen bladeren. Als voedselplanten worden vooral els en eik genomed. Toch wordt verondersteld dat ze ook leven op beuk en diverse struiken, vooral in het heidegebied. De rups overwintert ondiep onder de grond.

De boslichtmot heeft twee generaties per jaar. Volwassen dieren vliegen rond van mei tot in september. De eerste generatie echter is veel kleiner dan de tweede. Tussen de twee generaties zit een periode in juni waarin maar weinig vlinders zich laten zien. Het is een lokale soort van bossen, duinen en heidegebieden. De boslichtmot is overal een ongewone en sterk lokale soort, hetgeen betekent dat hij op sommige plaatsen veel voorkomt, maar op andere plekken niet of nauwelijks wordt gezien. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor het VK en de rest van Europa.