banier
lijntje lijntje
back
Pluimvoetbij Dasypoda hirtipes

De pluimvoetbij is een redelijk kloeke soort die een lengte bereikt van 13 tot 15 mm. In West Europa is hij de enige vertegenwoordiger van zijn geslacht. Vrouwtjes zijn heel gemakkelijk te determineren, ook in het veld. Aan de achterpootjes hebben ze zeer lange pluimen van goudkleurige haren, waarmee stuifmeel wordt verzameld. De mannetjes missen deze pluimen, maar zijn opvallend bruinig of grijzig behaard en hebben voor bijen lange en dunne pootjes. De mannetjes eten de hele dag door, maar in de vroege middag lijken de vrouwtjes verdwenen. In die tijd werken ze aan hun nest en eten niet. De pluimvoetbij bezoekt uitsluitend planten uit de asterfamilie, zoals havikskruid en jacobskruiskruid.

De vrouwtjes graven hun nest in zanderige bodems, vaak langs paden en onder bestrating. Hoewel het solitaire bijen zijn, nestelen ze graag in groepen. Zulke groepen kunnen erg groot zijn en uit honderden exemplaren bestaan. De vrouwtjes graven eerst een hoofdgang die recht de bodem in loopt en wel 80 centimeter diep kan zijn. Dan maken ze omhooglopende zijtakken. Achterin elke zijtak wordt een cel gebouwd, waarin een eitje wordt gelegd. Er wordt een voorraad stuifmeel achtergelaten bij het ei, waarmee de larve zich voedt. De volwassen bijen zien we van juni tot eind augustus of begin september.

De pluimvoetbij is een gewone soort in bijna heel Europa en Noord-Afrika (inclusief Egypte). In het oosten te vinden in OekraÔne, Turkije en ArmeniŽ. In Nederland en BelgiŽ een gewone soort van de zandgronden, zowel aan de kust als in het binnenland.