banier
lijntje lijntje
back
Gewone bandspanner Epirrhoe alternata

De gewone bandspanner is een qua grootte gemiddelde spanner met een spanwijdte van 20 tot 25 mm. Hij is behoorlijk variabel, vooral wat betreft de kleur: meestal grijs en zwart, soms grijs en lichtbruin en alles er tussen in. Hij is het gemakkelijkst te herkennen aan de grijze lijn die de laatste witte band in tweeën verdeelt. Toch moet je wel even goed kijken, want er zijn een aantal andere bandspanners die er nogal op lijken. De volwassen dieren vliegen 's nachts, hoewel er soms ook overdag gevlogen wordt. De gewone bandspanner laat zich overdag gemakkelijk opjagen uit struiken en bomen. In Centraal Europa zijn er twee generaties die overlappend vliegen van mei tot eind juli. In gunstige jaren kan er een derde generatie optreden die vliegt in september en oktober. In het zuiden van Groot-Brittannië zijn er twee generaties die duidelijk afgescheiden van elkaar vliegen: de eerste in mei en juni, de tweede in augustus en september. In het noorden vliegt slechts één generatie. De gewone bandspanner komt ook voor in Canada en het noorden van de Verenigde Staten, waar hij in slechts één generatie vliegt.

De witte eitjes worden meestal in rijtjes afgezet op de onderkant van de blaadjes van de waardplant. De rupsen worden bijna nooit gezien, omdat ze alleen in de nacht actief zijn. Ze zijn meestal bruin (soms groen) met vier witte ovaaltjes op de rug. In september en oktober gaan de rupsen ondergronds, maken een sterke kokon en verpoppen. De pop overwintert. De rupsen worden uitsluitend aangetroffen op bedstro-soorten (Galium).

De gewone bandspanner komt in geheel Nederland voor op allerlei soorten terrein. Ook een heel gewone soort in centra van steden, parken en tuinen. Komt graag op licht af.