banier
lijntje lijntje
back
Kersenpitkever Furcipus rectirostris

De kersenpitkever heeft een lange snuit, maar toch minder indrukwekkend dan de snuit van veel nauwe verwanten. Opvallend is dat die snuit tamelijk recht is. De kever is bruin en zeer dicht behaard. Vooral op het nekschild vinden we veel okerkleurige haartjes. Op de dekschilden zitten ook plekken met zwarte haren. De kever maakt daardoor een wat vlekkerige indruk. Een kleine soort die ongeveer 4 mm lang is. Van andere sterk gelijkende soorten gemakkelijk te onderscheiden door de doorns aan de voorpootjes. In mei komen de volwassen kevers tevoorschijn. Ze vreten vooral de blaadjes van diverse soorten kers. De wijfjes leggen hun eitjes bij de vruchtbeginselen van kers. De larven vreten zich een weg tot in de dan nog zachte pit. Die eten ze vervolgens van binnenuit op. Met de vruchten vallen ze naar beneden, graven zich in en verpoppen en overwinteren. Ze zijn te vinden op kers, zure kers, vogelkers en dergelijke. In de kersenteelt veroorzaken ze enige schade, maar meestal niet heel erg veel. Gewone soort in Europa en grote delen van AziŽ. Pas sinds kort bekend uit het Verenigd Koninkrijk.

De kersenpitkever wordt ook wel de kersenbloesemkever genoemd en staat wetenschappelijk ook te boek als Anthonomus rectirostris.