banier
lijntje lijntje
back
Ringspikkelspanner (Hypomecis punctinalis)

Net als de andere spikkelspanners heeft ook de Ringspikkelspanner op zijn vleugels een vaag patroon van spikkels en golfjes waar onze ogen maar moeilijk vat op krijgen. Het belangrijkste kenmerk zit ongeveer halverwege de ondervleugel: een min of meer duidelijk ringetje. Helaas zit de bovenvleugel daar in rust vaak net overheen en is dat ringetje dus niet te zien. Vergeleken met de andere spikkelspanners is de Ringspikkelspanner vaak wat vager getekend en geeft op het eerste gezicht de indruk een grote grijze mot te zijn. Meestal duidelijk kleiner dan de erop lijkende Grote Spikkelspanner (exemplaren in april en mei zijn bijna altijd Ringspikkelspanners, want de Grote Spikkelspanner begint later te vliegen). Verder is de witte gegolfde band vlak bij de vleugelrand vaak goed zichtbaar en gekarteld eerder dan golvend. Na enige oefening wel op het eerste gezicht van andere spikkelspanners te onderscheiden. De spanwijdte van de Ringspikkelspanner loopt uiteen van 45 tot 58 mm, maar net als de andere spikkelspanners lijkt hij nog groter door de vaak enorme vleugeloppervlakte.

De eitjes worden gedurende de zomer gelegd en de rups voedt zich hoofdzakelijk gedurende de nacht. Zit overdag meestal in takjeshouding. Hij lijkt ook sterk op een takje: lichtbruin met lichtere griebeltjes en vlekjes. Net voor het midden zit een op een bladknop gelijkende bult. In de herfst laat de rups zich op de grond vallen, graaft een holletje in de grond en verpopt. Brengt als pop de winter door. De rups vinden we op een grote hoeveel soorten bomen en struiken met grote, brede bladeren; hij is beslist niet kieskeurig.

Van alle spikkelspanners heeft de Ringspikkelspanner wel de langste vliegtijd. De eerste duiken in april op. In steeds toenemende aantallen vliegen ze dan tot eind juni. Daarna nemen de aantallen af, maar je kunt hem eind augustus toch nog wel eens zien. Hij vliegt uitsluitend 's nachts, maar kan overdag worden gevonden op boomstammen en schuttingen. Komt graag en vaak in aantallen op licht af. Is een soort van loofboombossen, maar voelt zich ook thuis in parken en tuinen in een boomrijke omgeving. In de Benelux een gewone soort overal waar voldoende bomen groeien. In de rest van Europa vooral een soort van de gematigde zone.

Deze soort is ook bekend onder de wetenschappelijke naam Serraca punctinalis.