banier
lijntje lijntje
back
Breedhalsnebria Nebria brevicollis

Loopkevers kunnen, zoals de naam al zegt, inderdaad hard lopen. Het zijn rovers die meestal zwart of bruin zijn, hoewel sommige heel mooi Metaalkleurig glanzen. Op de hei zie je ook vaak groene loopkevers, maar die zul je in je tuin niet zo gauw aantreffen. Een aantal nauw verwante soorten, allemaal zwart, zijn gestreept en worden tot een eigen groep gerekend: streeploopkevers. Deze kun je in bijna elke tuin vinden onder stenen of planken. De soort op de foto behoort tot het geslacht Nebria en is volgens Victor Shilenkov een breedhalsnebria (Nebria brevicollis). Het is een 10 tot 15 mm lange, zwarte kever, die in zonlicht echter mooi metalig blauwe kleuren kan vertonen. Het is waarschijnlijk de gewoonste Europese soort, die je niet alleen veel vindt langs bosranden en houtwallen, maar ook in tuinen en parkjes, zelfs midden in de grote steden. Zo is het waarschijnlijk de gewoonste soort in Londen en Hamburg. De eitjes worden in de nazomer gelegd en het is de larve die overwintert. De breedhalsnebria is één van de eerste soorten loopkevers die in het voorjaar uit de pop kruipt. Andere soorten lijken wel eerder, maar die overwinteren als volwassen kever. We hebben het hier over een nuttig dier, want zowel de volwassen kevers als de larven jagen op kleine kevers, waaronder schadelijke soorten, vooral bij aardbeien en ze eten ook bladluizen.

De breedhalsnebria staat ook bekend onder de namen oeverloopkever en oeverloper. De naam breedhalsnebria echter verdient de voorkeur, omdat kevers uit het geslacht Elaphrus al veel langer met de Nederlandse naam oeverloopkever worden aangeduid. Bovendien is de breedhalsnebria alles behalve gebonden aan oevers en waterkanten.