banier
lijntje lijntje
back
Tweestreepvoorjaarsuil Orthosia cerasi

De tweestreepvoorjaarsuil kun je het beste herkennen aan een combinatie van factoren. Allereerst grote en witomlijnde niervlekken en ronde vlekken. Overigens zijn vaak alleen die witte omlijningen zichtbaar. De vlekken zelf hebben dan dezelfde kleur als de rest van de vleugels. De punt van de voorvleugel is behoorlijk stomp. De golflijn die licht is en donkere randen heeft is meestal goed zichtbaar en verloopt tamelijk recht. Aan de grondkleur van de vleugels zie je niets. Die is namelijk hoogstvariabel. Weliswaar altijd bruinig, maar soms geelbruin, soms oranjebruin, dan weer grijsbruin of geheel zwartbruin. Met een spanwijdte van 34 tot 40mm is dit qua grootte een typische voorjaarsuil.

De eitjes worden in kleine groepjes op zich ontwikkelende knoppen afgezet in het voorjaar en komen al na een paar dagen uit. De rupsjes leven eerst in de zich ontwikkelende bladknoppen. Als ze wat groter zijn spinnen ze twee of meer blaadjes samen om zich daarin overdag te verschuilen, ze eten dan alleen 's nachts. Bijna geheel volgroeide rupsen in het laatste stadium zitten overdag open en bloot op of aan de onderkant van blaadjes. In de zomer laten ze zich op de grond vallen en verpoppen in een lichte kokon vlak onder de grond. De pop overwintert. De rups is heldergroen met veel geel-witte spikkels. Hij heeft een duidelijke witte ruglijn en daaronder twee vage witte lijnen. Kenmerkend is de gele band rond het elfde segment. De kop is groen. De rups wordt 35 tot 40mm lang. De rups van de tweestreepvoorjaarsuil is te vinden op heel veel loofboomsoorten, waaronder eik, beuk, berk en wilg.

Ook de tweestreepvoorjaarsuil houdt zich netjes aan de vliegtijd van zijn geslacht: hij vliegt vooral in maart en april. Hij vliegt alleen 's-nachts, maar kan dan met verlichting wel worden gezien bij het bezoek aan de bloemen van wilgen en sleedoorn. Je kunt ze naar je toe lokken met kunstlicht en met smeer. Als je 's-nachts exemplaren vangt om de volgende dag te fotograferen, dan gaat dat prima. De dieren laten zich daarbij enigszins hanteren. Maar dat moet je wel heel voorzichtig doen, anders worden ze erg onrustig en blijven dat soms ook heel lang. In de Benelux een heel gewone soort die overal voorkomt.