banier
lijntje lijntje
back
Zwarte Herfstspinner Poecilocampa populi

Spinners: een in de Benelux door zo'n 11 soorten vertegenwoordigde familie van zwaargebouwde en ook zeer zwaar behaarde vlinders, allemaal tamelijk groot. De grootste soorten kunnen zelfs een spanwijdte halen van 10 centimeter. De rupsen spinnen voor het verpoppen een zeer stevige cocon en naar die gewoonte is de familie dan ook genoemd. Kenmerkend is vaak een zeer dik haartoefje aan de achterkant van het lichaam. Dat toefje is meestal ook in rust goed te zien. Bijna alle soorten zijn bruinig. In onze tuin is tot dusver slechts één soort komen opdagen: de zwarte herfstspinner. Met een spanwijdte tot zo'n 44 mm één van de kleinste soorten uit deze familie. Hij doet vaak sterk denken aan een zwaar behaard uiltje, maar het haardosje aan de achterkant is altijd erg duidelijk zichtbaar! De zwarte herfstspinner vliegt in oktober en november, meestal echter pas na de eerste nachtvorst. De rupsen vinden we op heel veel loofbomen, onder meer op fruitbomen, berk en eik. De eitjes overwinteren. De rupsjes eten tot in juni, laten zich dan op de grond vallen en verpoppen in de stevige, grijze cocon. In bossen en boomgaarden in de gehele Benelux een gewone soort, die echter nooit in grote aantallen voorkomt.