banier
lijntje lijntje
back
PoelkikkerPelophylax lessonae

De meest zichtbare kikkersoort in onze tuin is de groene kikker. Hij overwintert in grote aantallen (meer dan 15 stuks) in de vijver en blijft daar ook heel lang dicht in de buurt. De soort is sowieso wat meer aan water gebonden dan de bruine kikker. De vrouwtjes van de groene kikker doen hun naam meestal alle eer aan: helgroen zonder veel tekening. De mannetjes daarentegen kunnen soms zo donkergroen zijn, dat je ze zou verwarren met de bruine kikker als je niet naar de wang zou kijken. Het mannetje van de groene kikker heeft vooral in het voorjaar en de voorzomer opgezwollen strepen en veel grotere wratten op de rug. Vooral de achterbenen worden bruin, soms met een erg mooie goudglans erover. Rechtsonder valt dat goed te zien.

Overigens bestaat de groene kikker niet echt en zijn er drie zeer verwante soorten: de grootste heet meerkikker (Pelophylax ridibundus). Hij komt vooral voor in en bij grote waterpartijen. De kleinste heet poelkikker (Pelophylax lessonae) en is tevreden met de kleinste beetjes water. De derde soort werd lange tijd de middelste kikker genoemd, maar tegenwoordig meestal bastaardkikker (Pelophylax esculenta). De poelkikker kan wel met een bastaardkikker paren, maar niet met een meerkikker. De meerkikker kan wel met een bastaardkikker paren, maar niet met een poelkikker. En bastaardkikkers kunnen ook onderling paren. Zo'n groepje nauw verwante soorten noemt men een soortcomplex. Door het vele onderlinge gepaar, kunnen dieren ontstaan die heel erg moeilijk zijn te determineren. In tuinvijvers zul je meestal de bastaardkikker aantreffen en soms de poelkikker.

Kikkers zijn behoorlijk vraatzuchtig en halen soms de gekste capriolen uit om hun prooi te vangen, zoals plotselinge hoge sprongen, of 'sluipen' door het water. Ze hebben een lange, kleverige tong waarmee ze vooral vliegende insecten uit de lucht plukken. Ze eten vrijwel alle vliegende insecten, zelfs libellen worden gewaardeerd. Kikkers zelf staan bij heel wat dieren op het menu. In de Benelux worden ze vooral gegeten door een paar heel grote vogels: reigers en ooievaars zijn heel erg gek op kikkers. Ook sommige roofvogels, zoals de bruine kiekendief, eten kikkers. Ook landroofdieren zoals de bunzing en slangen, zoals de adder, eten graag een groen hapje. Kikkers laten zich zeer snel verstoren door plotselinge bewegingen. Als je een vijver of sloot waarin kikkers zitten nadert, dan zullen ze allemaal met veel geplons onder water verdwijnen. Maar als je daarna bijna niet beweegt, zullen ze al spoedig hun vorige plaats weer innemen. Daarom beweegt een reiger zo tergend langzaam: zijn prooi heeft hem dan niet in de gaten.

Op de onderste foto een vrouwtje, de rest zijn mannetjes in paringskleed.