banier
lijntje lijntje
back
Groene Dwergspanner (Rhinoprora rectangulata)

De Groene Dwergspanner is gemakkelijk te herkennen aan zijn groene kleur. Nou ja, bijna dan. Als je een groene dwergspanner tegenkomt, kijk dan eerst even naar de onderzijde van de voorvleugel. Als daar een band loopt, dan is het een Rhinoprora-soort. Loopt daar geen band, dan is het Chloroclystis-soort. In de Benelux komen drie Rhinoprora-soorten voor. De Sleedoorndwergspanner is heel erg zeldzaam, grijs tot bijna zwartig met een donkergroene gloed, en daarmee heel anders dan de andere twee. De Bosbesdwergspanner, weinig algemeen, lijkt iets op de Groene Dwergspanner maar is vaak wat vager getekend en heeft op de voorvleugel altijd een rij zwarte stipjes, waar de Groene Dwergspanner een donkere lijn heeft, maar nooit een rij zwarte stipjes. Waarschijnlijk de enige vlinder waarmee je de Groene Dwergspanner gemakkelijk kunt verwarren is de V-dwergspanner. Maar die is aan een zwarte V-cormige tekening op de voorvleugel heel gemakkelijk te herkennen. Het groen verdwijnt vaak in oudere exemplaren om plaats te maken voor een soort koperkleur. Bij de meeste groene spanners verdwijnt de groene kleur bij het ouder worden. En zoals op de foto's is te zien, hangt de sterkte van de groene kleur samen met de lichtval. Met een spanwijdte van 17 tot 22 mm is de Groene Dwergspanner een typische dwergspanner.

De wijfjes leggen in juni de eitjes op de voedselplant. En die eitjes blijven daar de hele zomer liggen, evenals de volgende winter. Pas in het vroege voorjaar van het jaar erna komen zij uit, op het moment dat de bloemknoppen van de voedselplant beginnen te groeien.De rups is lichtgroen met aan weerszijden van de rug een donkerrode tot bruinrode lengtestreep. De kop is bruingroen. De rups blijft tamelijk kort, maar wordt wel dikker dan veel andere spannerrupsen. Hij leeft bijna uitsluitend van bloemetjes en vruchtbeginsels. Hij leeft in een vruchtbeginsel of bloemknop of spant een paar bloemetjes samen en leeft daarin tot ze op zijn. De rups van de Groene Dwergspanner leeft vooral op wilde en gekweekte appels, kersen, pruimen, peren en perzikken, meidoorn en sleedoorn. Hij is erg schadelijk in de fruitteelt en wordt dan ook fel bestreden. Komt daarom tegenwoordig iets minder vaak voor dan vroeger, maar weet zich toch goed te handhaven, waarschijnlijk omdat hij ook meidoorns en sleedoorns als voedselplant heeft.

Omdat de rups alleen van bloesem leeft, vliegt de Groene Dwergspanner in maar één generatie van eind april tot begin augustus, met een duidelijke piek in juni. De vlinder vliegt uitsluitend als het donker is, tenzij hij op zijn rustplaats wordt gestoord, maar komt 's avonds heel gemakkelijk op licht af. In grote delen van Nederland een zeer gewone soort, maar in de kop van Noord-Holland, het Noord-Oosten van Nederland en delen van Brabant schaars. Ontbreekt in Flevoland. Waar hij voorkomt, kan hij in grote aantallen optreden en hij is in sommige delen van West-Nederland veruit de meest voorkomende dwergspanner. Ook elders in Europa een gewone of soms lokale soort.

N.B. De Groene Dwergspanner wordt in Skinner nog Chloroclystis rectangulata genoemd en in Waring cs Pasiphila rectangulata.